Oplossingen

Oplossingen

Hoe?

Het budget voor RTH moet op korte termijn opgetrokken worden zodat iedere persoon met een beperking onmiddellijk beroep kan doen op kwaliteitsvolle handicapspecifieke ondersteuning. Op dit moment moeten mensen vaak jaren wachten om “rechtsreeks” geholpen te worden.

De grens tussen RTH en niet-rechtstreeks toegankelijk hulpverlening (nRTH) moet geherdefinieerd worden. Personen met een beperkte ondersteuningsvraag, vb. één huisbezoek van max 2u in de week, zouden op RTH moeten kunnen beroep doen. 

  • Dit kan door middel van een omzetting van de laagste budgetcategorieën PVF naar RTH. Deze budgetten worden op dit moment in de praktijk, tenzij zéér, zéér uitzonderlijk, toch niet meer toegekend.
  • Daarnaast kan de uitstroom in die lage categorieën gecompenseerd worden door RTH uit te breiden.  

Dit kost geen extra geld, er is enkel een beetje politieke moed (of wil?) voor nodig. Op deze manier wordt het terecht bejubelde “maatwerk” nog beter gegarandeerd. Binnen RTH zal enkel de ondersteuning gevraagd worden die door de cliënt als écht nodig ervaren wordt.

Het beleid moet opvolgen dat de ingezette middelen RTH effectief worden ingezet voor het vormen van een brede, preventieve basis die gericht is op zo snel, efficiënt en inclusief mogelijk, tot voldoende ondersteuning te komen. 

Hierdoor:

Daalt de druk op het systeem: door problemen tijdig aan te pakken wordt escalatie − en op termijn veel grotere kosten − vermeden.

Daalt de stress bij de mensen met een beperking en hun omgeving: zij kunnen er op vertrouwen dat er bijkomende ondersteuning is als die nodig is. Het is dan niet meer nodig om steeds te proberen zo veel mogelijk te krijgen met het oog op een onzekere toekomst.

Daarom is het nodig te investeren in ondersteuning die inzet op:

  • Maximale samenwerking met en activering van het netwerk (persoonlijk en professioneel) van de mensen met een beperking. Niet door druk op hen te leggen, maar net door hen het leven en zorgen minstens draaglijk, liefst aangenaam te maken.
  • Optimaal inclusief leven.
  • Sterk lokaal en laagdrempelig werken op de eerste, maar eigenlijk vooral de nulde lijn.
  • Structureel samenwerken met andere lokale en laagdrempelige welzijnsactoren. Iedereen heeft de verantwoordelijkheid te groeien naar een samenleving die universeel toegankelijk is.
  • Een blijvend gedegen handicap specifieke expertise die in de juiste dosering wordt ingezet. Enkel daar waar nodig. Maar ook overal waar nodig.
  • Preventief werken naar escalatie van zorg- en ondersteuningsnoden.

Met een investering van een bescheiden stuk van het totaal budget moet het mogelijk zijn een fundament van beton te bouwen onder het PVF systeem.

Oplossingen